Module 2

Leerlijn vakdidactiek talen

Woensdag 27 februari

1

Lesoverzicht

ONDERWIJSNETTEN EN TAALAANBOD

STUDIE EINDTERMEN

LEERPLANSTUDIE

Les 2

LESOVERZICHT

BENADERINGEN TAALONDERWIJS

AANSLUITING BIJ VORIGE LES

LESOVERZICHT

De stellingen m.b.t. taalonderwijs en jullie opvattingen hieromtrent.

AANSLUITING BIJ WEEK 3

LESOVERZICHT

De theoretische inleiding inzake het ontwikkelen van een curriculum.

PROBLEEMSTELLINGEN

LESOVERZICHT

Hoe wordt bepaald wat je doet met je tutees/klas?

PROBLEEMSTELLINGEN

LESOVERZICHT

Hoe komt vernieuwing in taalonderwijs tot stand?

PROBLEEMSTELLINGEN

LESOVERZICHT

Welke opvattingen en toestanden over taalonderwijs liggen achter ons huidige taalonderwijs?

Quiz

2

Ga naar www.kahoot.it en meld je aan!

QUIZ

ACHTERGROND INFO: DOELEN

Wie bepaalt mee welke leerdoelen je in de (taal)les nastreeft?

Valcke, 2016

QUIZ

ACHTERGROND INFO: DOELEN

Wie bepaalt mee welke leerdoelen je in de (taal)les nastreeft?

1) Raad van Europa

2) Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

3) Onderwijsnetten

4) Onderwijskundigen

5) Nascholingsaanbieders

6) Educatieve uitgeverijen

7) Schoolleiding

8) Vakgroepen

9) Leerkrachten

10) Leerlingen

QUIZ

ACHTERGROND INFO: DOELEN

  1. Raad van Europa --> Europees Referentiekader Talen
  2. Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming --> Eindtermen en ontwikkelingsdoelen
  3. Onderwijsnetten --> leerplannen
  4. Onderwijskundigen --> nieuwe onderwijsideeën
  5. Nascholingsaanbieder --> leermateriaal
  6. Educatieve uitgeverijen --> leermateriaal
  7. Schoolleiding --> pedagogische visie, taalbeleid, schoolwerkplan
  8. Vakgroepen --> horizontale en verticale leerlijnen
  9. Leerkrachten --> jaarplan, lesvoorbereiding, lesmateriaal
  10. Leerlingen --> individueel leertraject

QUIZ

TOELICHTING: EUROPEES REFERENTIEKADER TALEN

Antwoordoptie 1: Als een onderwijsinstelling ervoor kiest om het ERK te gebruiken, is het ook de bedoeling dat de leermaterialen en toetsen, ontwikkeld door de Raad van Europa, gebruikt worden.

 

  • Gebruik van het ERK ≠ verplicht gebruik van specifieke leer- en hulpmiddelen of (centrale) examens.
  • Aanbevelingen en advies om leergangen te kiezen, toetsen/examens op te stellen.

QUIZ

TOELICHTING: EUROPEES REFERENTIEKADER TALEN

Antwoordoptie 2 – Het ERK laat toe het niveau van de basistaalvaardigheid en de evolutie van de taalvaardigheid te verduidelijken. De Raad van Europa wil zo in heel Europa een impact hebben op leerdoelen, lesprogramma’s, leerplanrichtlijnen, examens en leerboeken.

 

  • Met ERK wil men taalniveaus in Europa beter kunnen vergelijken.
  • Het ERK verschaft een gemeenschappelijke basis voor de uitwerking van leerdoelen, lesprogramma’s, leerplanrichtlijnen, examens, leerboeken en dergelijke in heel Europa.
  • Het initiatief kadert in het Europese beleid om meertaligheid in Europa te bevorderen.

 

QUIZ

Antwoordoptie 3 – Het ERK wordt in heel Europa gebruikt in het vto, maar de uitwerking verschilt van land tot land. In Vlaanderen is het ERK bepalend voor CVO's, basiseducatie en universiteiten.

  • NL en VL: eindtermen voor vreemde talen in het secundair onderwijs zijn gekoppeld aan het ERK.
  • NL: ministerie verantwoordelijk voor de examens Nederlands. Het ERK wordt ook gebruikt in de nieuwe Wet inburgering die in NL sinds 2007 geldt. Verplicht A2-niveau.
  • VL: ministerie heeft ERK gedetailleerder uitgewerkt in 4 richtgraden.
  • FR: systeem gebruikt in de diploma’s voor de niveaus A1-B2 (DELF) en voor C1-C2 (DALF).
  • DT: zelfde niveaus, maar Goethe-instituut heeft eigen examens.

TOELICHTING: EUROPEES REFERENTIEKADER TALEN

QUIZ

TOELICHTING: LEERDOELEN

A - De eindtermen die de overheid bepaald heeft voor de derde graad en het TSO, omdat die uiteindelijk verplicht nagestreefd moeten worden door elke leerkracht.

 

  • Minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes waarvan de overheid vindt dat leerlingen die op een bepaald ogenblik moeten behalen.
  • Voor het secundair onderwijs per graad en onderwijsvorm vastgelegd. Voor lager onderwijs op einde lagere school.
  • Hoge abstractiegraad om de invulling door leerplannen mogelijk te maken.
  • De school is verplicht aan te tonen dat ze de eindtermen nastreeft.

QUIZ

TOELICHTING: LEERDOELEN

B – De ontwikkelingsdoelen die de overheid bepaald heeft, want in het TSO werkt men met ontwikkelingsdoelen i.p.v. eindtermen.

 

  • Na te streven doelen op schoolniveau.
  • Veel flexibeler dan de eindtermen.
  • Focussen op het aanbieden van doelen voor leerlingen voor wie de eindtermen niet algemeen haalbaar zijn.
  • Kleuteronderwijs en buitengewoon onderwijs werken enkel met ontwikkelingsdoelen.
  • B-stroom van de eerste graad secundair onderwijs werkt met ontwikkelingsdoelen.

QUIZ

TOELICHTING: LEERDOELEN

C – De leerplannen, omdat die veel concreter en handiger zijn.

 

  • Verwerken en verhelderen de eindtermen.
  • Alle door de overheid erkende scholen zijn verplicht een door de overheid goedgekeurd leerplan te volgen.
  • Bevoegdheid van de instellingsbesturen.
  • In het basis- en secundair onderwijs ontwikkeld door het GO! en de koepelorganisaties van de onderwijsnetten.
  • Kan doelen bevatten die schoolbestuur uitdrukkelijk voor zijn leerlingen formuleert, zowel vanuit het eigen opvoedingsproject als vanuit de eigen visie op het vak.
  • Moeten voldoende ruimte bieden voor inbreng van scholen, leraren(teams) en leerlingen.

QUIZ

TOELICHTING: LEERDOELEN

D – De handboeken die de vakgroep gekozen heeft, omdat die de eindtermen als uitgangspunt nemen en erover waken dat je als leerkracht alle eindtermen nastreeft.

 

  • Educatieve uitgevers nemen eindtermen als uitgangspunt.
  • In zekere zin geen garantie dat alles gedekt wordt.
  • Commercieel aspect speelt een rol.

QUIZ

TOELICHTING: ONDERWIJSNETTEN EN TAALAANBOD

Je zag de case van Mohamed, die in het zesde jaar wetenschappen zit in het Leonardolyceum in Antwerpen. Hieronder wat extra uitleg.

 

  • Onderwijsnet: Officieel gesubsidieerd onderwijs
  • Onderwijskoepel: OVSG (onderwijs georganiseerd door steden en gemeenten)
  • Onderwijsvorm: ASO
  • Onderwijsgraad en -jaar: 3de graad, 6de jaar

QUIZ

TOELICHTING: PERSOONLIJK LEERTRAJECT

A – Een individuele aanpak biedt kansen waar leerlingen anders uit de boot zouden vallen.

 

  • Individuele aanpak bestaat uit e-learning (extra oefeningen en uitleg), huiswerkbegeleiding en keuze-activiteiten (om te vermijden dat leerlingen op straat rondhangen).
  • Uit de boot vallen door omgeving met weinig rolmodellen, afwezigheid door ziekte, demotivatie, ...
  • Door opstapmechanismen wil de school oplossing bieden voor watervalsysteem.
  • 'Teamwork' is noodzakelijk (overleg, gedeelde visie, positieve mindset, differentiatie, ...)
  • Duidelijke pedagogische visie van de school noodzakelijk. (mesoniveau!)

QUIZ

LEERMOTIVATIE

3

Terugkoppeling

Op verschillende niveaus hebben actoren (beleidsmakers, onderwijsnetten, schoolleidingen, ...) een impact op hetgeen in de klas geleerd wordt. Allemaal hebben ze eigen functies en belangen inzake de kwaliteit van ons (taal)onderwijs.

Hoe wordt bepaald wat je doet met je tutees/klas?

TERUGKOPPELING

PROBLEEMSTELLING

Hoe komt vernieuwing in taalonderwijs tot stand?

Vernieuwingen in taalonderwijs zijn een ingewikkeld maatschappelijk proces dat je het beste kan zien als een interactie tussen verschillende (f)actoren op verschillende niveaus.

TERUGKOPPELING

PROBLEEMSTELLING

Toegepast

4

Welke stappen zal je zetten om de leerdoelen voor je tutorsessies bepalen?

TOEGEPAST

DE TUTORSTAGE

5

Visies taalonderwijs

BENADERINGEN VAN TAALONDERWIJS

INLEIDING

De maatschappij verandert en daarmee ook de opvattingen over hoe talen geleerd moeten worden.

BENADERINGEN VAN TAALONDERWIJS

INLEIDING

De toestanden en overtuigingen van taalonderwijs vandaag zijn deels een doorzetting van toestanden en opvattingen van gisteren, en deels een reactie hierop.

BENADERINGEN VAN TAALONDERWIJS

OPDRACHT

Time's up!

Iedereen zoekt info op over een benadering van taalonderwijs.

- Ronde 1: Iedereen beschrijft een benadering

- Ronde 2: Iedereen beschrijft een benadering met 1 woord

- Ronde 3: Iedereen "geeft een les" volgens zijn benadering

 

 

Benaderingen:

 

Grammatica-vertaal methode

Directe methode

Audiolinguale methode

Communicatieve methode

 

 

5.1     Meer dan honderd jaar ...

grammatica-vertaalmethode

MEER DAN HONDERD JAAR GRAMMATICA-VERTAALMETHODE

Onderwijs in Latijn en Grieks werd als model genomen

--> wetenschappelijke onderbouw

= degelijk en prestigieus, overzichtelijker en doelmatiger voor lkr

 

Reactie tegen "papegaaien"

Standaardmethode taalonderwijs tot rond 1970

 

De Duitse taalkundige Johann Valentin Meidinger wordt als grondlegger beschouwd.

BASIS

MEER DAN HONDERD JAAR GRAMMATICA-VERTAALMETHODE

FOCUS

Vaardigheden:

  • Sterke focus op lees- en schrijfvaardigheid
    • (Populair) wetenschappelijke teksten vertalen
    • Over literatuur(geschiedenis) schrijven
    • Handelscorrespondentie schrijven                               
  • Spreekvaardigheid enkel in kader van literatuuronderwijs

Literatuur:

  • Geschreven teksten van erkende, klassieke schrijvers --> doorgeven van culturele bagage         
  • Studie van taal en inhoud

MEER DAN HONDERD JAAR GRAMMATICA-VERTAALMETHODE

KENMERKEN

Grammatica:

  • expliciet en deductief aangeboden                                      
  • Staat los van taalgebruik
  • "fundament van de taal"     

Woordenschat:

  • Tweetalige woordenlijsten ("rijtjesleren")
  • Geen samenhang tussen woorden (kwamen toevallig in literaire tekst voor)
  • 1 op 1 vertaling
  • Geen onderscheid tussen receptieve en productieve benadering

MEER DAN HONDERD JAAR GRAMMATICA-VERTAALMETHODE

ROLLEN

Leerkracht:

  • Brontaal als voertaal
  • Centrale plaats voor handboek (met leesteksten en woordenlijsten)
  • (Morfologische en syntactische) regels uitleggen
  • Fouten van leerlingen direct corrigeren

Leerlingen:

  • Literaire teksten lezen
  • Regels en woorden uit het hoofd leren
  • Vertaal- (vaak losse zinnen) en invuloefeningen maken

 

MEER DAN HONDERD JAAR GRAMMATICA-VERTAALMETHODE

DOEL

Taalanalyse van teksten van klassieke schrijvers:

  • Memoriseren (grammaticaregels, woorden)
  • Toepassen in vertalingen (zinnen)

MEER DAN HONDERD JAAR GRAMMATICA-VERTAALMETHODE

DOELGROEP

Voor cursisten

  • geïnteresseerd in abstracte, analytische benaderingen van taal;
  • met ervaring in het leren van een vreemde taal.

Niet voor

  • jonge T2-leerders
  • klassen met T2-leerders met verschillende moedertaal

MEER DAN HONDERD JAAR GRAMMATICA-VERTAALMETHODE

KRITIEK

  • Niet communicatief van aard
  • Kunstmatige situaties vs reële situaties
  • Eerder een manier om taal te bestuderen en niet om taal te leren gebruiken.

MEER DAN HONDERD JAAR GRAMMATICA-VERTAALMETHODE

KRITIEK

5.2     Begin 20ste eeuw ...

de directe methode

BEGIN TWINTIGSTE EEUW: DIRECTE METHODE

Reactie tegen dominante grammatica-vertaalmethode

Synoniem: "natuurlijke methode": imitatie L1 verwerving

 

Cf. methode van Berlitz-scholen

Vooral ontstaan en uitgebouwd in Duitsland

en Frankrijk

BASIS

BEGIN TWINTIGSTE EEUW: DIRECTE METHODE

BASIS

BEGIN TWINTIGSTE EEUW: DIRECTE METHODE

Vaardigheden:

  •  Sterke focus op luisteren en spreken (veelal vraag-antwoord-segmenties)
  • Deelvaardigheid: uitspraak

 

FOCUS

BEGIN TWINTIGSTE EEUW: DIRECTE METHODE

Grammatica:

  • eerder (geleid) inductief aangeboden zoals in L1
  • Bijv. eentalige oefeningen, voorbeeldzinnen van waaruit nagedacht wordt over de regel

==> Aandacht voor taalsysteem is beduidend minder groot

 

KENMERKEN

BEGIN TWINTIGSTE EEUW: DIRECTE METHODE

Leerkracht:

  • Moedertaalgebruiker in de doeltaal
  • Gebruikt enkel doeltaal!
  • Biedt mondelinge oefeningen met focus op uitspraak
  • Veelal eentalige oefeningen

 

Leerlingen:

  • (Intensieve) onderdompeling in de doeltaal​                    
  • Moet veel spreken

ROLLEN

5.3     De jaren zeventig ...

de audiolinguale methode

JAREN ZEVENTIG: AUDIOLINGUALE METHODE

VOORBEELD

Wat valt je op m.b.t. het aanleren van een taal?

JAREN ZEVENTIG: AUDIOLINGUALE METHODE

  • Reactie tegen dominante grammatica-vertaalmethode
  • Sluit aan bij de opvattingen van de directe methode
  • Steunt op het werk van de Amerikaanse taalkundige Leonard Bloomsfield.

  • Bekend om zijn sterke impact op het T2-onderwijs (m.b.t. mondelinge vaardigheden)

 

Sterk beïnvloed door aannames structurele taalwetenschappen (cf. Saussure): taal is een systeem

  • Taalonderdelen = building blocks
  • Alle onderdelen zijn structureel met elkaar verbonden (van het fonologische t.e.m. het syntactische niveau)

BASIS

JAREN ZEVENTIG: AUDIOLINGUALE METHODE

Eveneens sterke invloed van behaviorisme (cf. Leerlijn pedagogiek en didactiek): taal leren = zich een aantal gewoonten eigen maken

  • Uitgangspunt: alle gedrag wordt aangeleerd door herhaling
  • Taal als vorm van gedrag (verbaal gedrag) of uitdrukking van een aantal gewoonten --> rol van conditionering
  • Structuur: stimulus --> respons --> automatisering 

BASIS

JAREN ZEVENTIG: AUDIOLINGUALE METHODE

FOCUS EN KENMERKEN

Vaardigheden:

  • Luisteren en spreken; aspecten van gesproken taal (bijv. uitspraak)                                  

Grammatica:

  • Grote focus op grammaticale basis
  • Grammaticale structuren worden "ingeslepen" m.b.v. mondelinge structuuroefeningen ("pattern drills", driloefeningen) (cf. behaviorisme)
  • Toepassingsoefeningen

Woordenschat:

  • Praktische woorden die toevallig voorkomen in de oefeningen

JAREN ZEVENTIG: AUDIOLINGUALE METHODE

ROLLEN

Leerkracht:

  • Niet noodzakelijk moedertaalspreker doeltaal
  • Gebruikt vooral doeltaal   
  • Audio-visueel materiaal en talenpracticum
  • Mondelinge oefeningen aanbieden en begeleiden
  • Geeft specifieke instructies
  • Dril-, invul-, omvorm- en vervangoefeningen                     

Leerlingen:

  • Patronen inoefenen: veelvuldig mondeling herhalen en aanvullen van voorgezegde zinnen

 

JAREN ZEVENTIG: AUDIOLINGUALE METHODE

DOEL

  • Praktische beheersing van de taal in alledaagse situaties
  • De doeltaal snel goed leren verstaan en leren spreken

JAREN ZEVENTIG: AUDIOLINGUALE METHODE

KRITIEK

  • Kunstmatig en mechanisch (imiteren vs communiceren)
  • Structuuroefeningen zijn weinig motiverend
  • Meer aandacht voor vorm dan inhoud (bijv. inzicht grammatica)
  • Maakt leerlingen niet noodzakelijk spreekvaardiger

JAREN ZEVENTIG: AUDIOLINGUALE METHODE

VOORBEELD

5.4     Vanaf de tweede helft van de jaren tachtig ... de communicatieve aanpak

VANAF TWEEDE HELFT JAREN TACHTIG: COMMUNICATIEVE AANPAK

Context: ontwikkeling sociolinguïstiek

Centrale idee: boodschap moet begrepen worden (lezen) of overkomen (schrijven)

BASIS

VANAF TWEEDE HELFT JAREN TACHTIG: COMMUNICATIEVE AANPAK

  • Accentverschuiving: van taalvorm naar taalfunctie
  • Uitgangspunt: communicatieve intentie

FOCUS

KENMERKEN

  • Een leerder leert het taalsysteem (grammatica, morfologie en syntaxis) beheersen door op een zo natuurlijk mogelijke manier in die taal te communiceren.
  • Grammatica wordt impliciet geleerd
  • Sterke aansluiting bij reële taalgebruikssituaties

VANAF TWEEDE HELFT JAREN TACHTIG: COMMUNICATIEVE AANPAK

Leerkracht:

  • vertrekt van persoonlijke ervaringen en noden lln
  • gebruikt authentieke, begrijpelijke/toegankelijke teksten
  • gebruikt doeltaal niet (noodzakelijk) als voertaal

Leerlingen:

  • van "teacher centered" naar "learner centered"
  • verwerft op impliciete manier inzicht in grammatica, ... 

ROLLEN

VANAF TWEEDE HELFT JAREN TACHTIG: COMMUNICATIEVE AANPAK

  • Geen echte, praktisch bruikbare gespreksvaardigheidsdidactiek
  • Hoge eisen inzake inlevingsvermogen en fantasie
  • Vaak te snel een focus op productieve vaardigheden (schrijven en spreken), zonder eerst de receptieve basis te leggen (lezen en luisteren).

KRITIEK

VANAF TWEEDE HELFT JAREN TACHTIG: COMMUNICATIEVE AANPAK

TOEPASSING

De virtuele omgeving in deze video biedt contextrijke rollenspellen aan. Zo oefenen gebruikers gesprekken. Dit inburgeringsprogramma gebruik van praktijksituaties om essentiële kennis over te dragen.

VANAF TWEEDE HELFT JAREN TACHTIG: COMMUNICATIEVE AANPAK

TOEPASSING

In deze video toont Annemie hoe je in een NT2-klas authentieke documenten kan gebruiken en de cursisten zoveel mogelijk zelf aan het woord te laten.

Terugkoppeling

6

TERUGKOPPELING NAAR PROBLEEMSTELLING

Welke opvattingen en toestanden over taalonderwijs liggen achter ons huidige taalonderwijs?

TERUGKOPPELING NAAR PROBLEEMSTELLING

TERUGKOPPELING NAAR PROBLEEMSTELLING

Continue slingerbeweging tussen expliciete grammatica-instructie en impliciete taalverwerving

TERUGKOPPELING NAAR PROBLEEMSTELLING

Wat is nu de beste benadering/methode?

De schijf van vijf (Westhoff, 2008)

Taalgericht VakOnderwijs

TERUGKOPPELING NAAR PROBLEEMSTELLING

De schijf van vijf (Westhoff, 2008)

De ingrediënten van een gezonde, smaakvolle taalles

Taalgericht VakOnderwijs

Toepassing

7

TOEPASSING OP TUTORSTAGE

Pas de schijf van vijf toe op je eigen tutorstage. Leg waar nodig linken met de voorgaande benaderingen en het taalgericht vakonderwijs.

De schijf van vijf (Westhoff, 2008)

Vragen

Mededelingen

Sem2_ M2_L2_1819:vakdidactiek talen

By idlovub

Sem2_ M2_L2_1819:vakdidactiek talen

10 oktober 2018

  • 163
Loading comments...

More from idlovub